Oegstgeester Engelandvaarders
Tijdens de donkere jaren van de Tweede Wereldoorlog kozen sommige jonge Nederlanders voor een uitzonderlijk moedige weg. Zij werden bekend als de Engelandvaarders: mannen en vrouwen die het bezette Nederland verlieten om via gevaarlijke routes Engeland te bereiken en daar de strijd tegen de Duitse bezetter voort te zetten. Ook uit Oegstgeest kwamen inwoners die deze gewaagde onderneming aandurfden.
De Engelandvaart was allesbehalve een gewone reis. Wie vertrok, liet familie, vrienden en de zekerheid van het dagelijks leven achter. Sommigen probeerden per boot de Noordzee over te steken, anderen legden duizenden kilometers af via België, Frankrijk, Spanje en Portugal. Onderweg dreigden arrestatie, gevangenschap en zelfs de dood. Toch werden velen gedreven door een diep verlangen naar vrijheid en de overtuiging dat zij niet aan de zijlijn konden blijven staan terwijl hun land bezet was.
De Oegstgeester Engelandvaarders belichaamden deze geest van vastberadenheid. Hun verhalen getuigen van moed, doorzettingsvermogen en een sterk verantwoordelijkheidsgevoel tegenover hun landgenoten. Eenmaal in Engeland sloten velen zich aan bij de Nederlandse strijdkrachten, de koopvaardij of geallieerde organisaties die zich inzetten voor de bevrijding van Europa.
Hun bijdrage was niet alleen van militaire betekenis. De Engelandvaarders werden een symbool van verzet tegen onderdrukking en van het geloof dat vrijheid het waard is om risico’s voor te nemen. Hun keuzes herinneren ons eraan dat geschiedenis wordt gevormd door mensen die, ondanks angst en onzekerheid, handelen naar hun overtuigingen.
Vandaag de dag verdienen de Oegstgeester Engelandvaarders blijvende erkenning. Hun moedige reizen vormen een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van zowel Oegstgeest als Nederland. Door hun verhalen te blijven vertellen, eren we niet alleen hun nalatenschap, maar houden we ook de waarden levend waarvoor zij hun veiligheid en toekomst op het spel zetten: vrijheid, verantwoordelijkheid en menselijke waardigheid.
Jan Robert Blok is op 13 mei 1920 in Oegstgeest geboren. Hij vertrekt op 1 juni 1943 via de Zuidelijke route naar Engeland, waar hij op 1 maart 1944 aankomt. De landen van de Zuidelijke route waren: België, Frankrijk, Spanje, Portugal en Gibrlatar.
Helaas is er weinig bekend over Jan Robert Blok
Kees Bottema geboren op 19 juli 1921 in Den Helder, overleden 18
september 2006 in Oegstgeest.
In oktober 1924 stapt het gezin op de Prinses Juliana om naar Batavia te gaan. Kees Bottema woont met zijn ouders en zusje in Soerabaja totdat ze eind 1928 met de Koningin der Nederlanden van Batavia via Genua naar Amsterdam gaan, waar ze in januari 1929 aankomen. Het gezin woont weer in Den Helder.Kees Bottema wordt stuurmansleerling. Hij is op 14 mei 1943 naar Zweden gegaan en is op 13 februari 1944 in Engeland aangekomen. Hij is daar aan de Marine toegewezen. Op 30 september 1947 trouwt hij in Semarang (Indonesië) met Famke Ulfers (1925-2010) uit Loemadjang. Daarna gaan ze naar Nederland. Hun eerste zoontje wordt in 1948 in Arnhem geboren. Daarna verhuist het gezin naar Rotterdam, waar in 1950 de tweede zoon geboren wordt. In Den Helder krijgen ze nog een zoon en twee dochters (1952, 1955 en 1958). Van 1965-1968 is Bottema commandant van een logementschip, de Hr.Ms. Zeearend (1946-1971), dat als opleidingsschip wordt gebruikt. Hij is op 18 september 2006 in Oegstgeest overleden.
Wouter Willem Kuyck: geboren op11 januari 1922 in Amsterdam, overleden 1 februari 2005 in Oegstgeest.
Wouter Willem gaat na de HBS naar de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam voor de opleiding voor stuurmansleerling grote handelsvaart. In de zomer van 1943 monstert hij aan op de Groningse kustvaarder Capricornus. Van de Duitse autoriteiten moet hij een verklaring ondertekenen waarin staat dat hij niet zal deserteren. De Capricornus gaat naar Stockholm, waar hij 'Gone with the Wind' ziet voordat hij weer terug naar Nederland gaat. Hij heeft enkele grammofoonplaten voor zijn ouders gekocht, en kousen voor zijn zusje. Thuis blijkt het gezin met geelzucht in bed te liggen. In het najaar van 1943 ligt het schip in een Duitse haven en wordt de Nederlandse vlag van het schip verwijderd en vervangen door een hakenkruisvlag. Hij besluit toch te deserteren. Hij bereikt Zweden, waar hij samen met andere Engelandvaarders in de bossen hout moet hakken om aan de kost te komen. Eind oktober 1944 kan hij met een vliegtuig naar Engeland. Daar wordt hij geselecteerd voor de opleiding tot reserveofficier en neemt hij vervolgens dienst bij de Koninklijke Marine. Na de oorlog is Wouter W van 1958 tot september 1961 adjudant van prins Bernhard. Daarna is hij tot 1972 kapitein-luitenant ter zee. Hij is op 1 februari 2005 in Oegstgeest overleden.
Nicolaas Martinus Molenkamp werd geboren op 7 juni 1917 in Oegstgeest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog behoorde hij tot de moedige Nederlanders die besloten het bezette land te verlaten om zich aan te sluiten bij de geallieerde strijd tegen nazi-Duitsland. Hij staat geregistreerd als Engelandvaarder en volgde daarbij de zogenoemde Noordelijke route (via Zweden naar Engeland).
Op 30 september 1944 kwam hij via Zweden aan in Engeland. Na zijn aankomst in Engeland werd Molenkamp op 2 januari 1945 krachtens de Londense besluiten officieel ingelijfd bij de Nederlandse troepen in Engeland als c.d. (oorlogsvrijwillige) kracht. Vervolgens werd hij ingedeeld bij het Detachement Londen, waar hij deel uitmaakte van de Nederlandse militaire aanwezigheid die vanuit Groot-Brittannië bijdroeg aan de verdere oorlogsinspanning en de voorbereiding van het naoorlogse herstel van Nederland.
Na de oorlog keerde hij terug naar Nederland. Volgens genealogische gegevens overleed hij in 1993.
René Louis Gilbert Borgerhoff Mulder is op 20 september 1913 in Oegstgeest geboren, twintig minuten na zijn tweelingbroer Patrick. Ze brengen hun jeugd door in een academisch milieu. Hun vader is arts, neuroloog en psychiater. Zijn grootvader komt uit Maastricht, zijn grootmoeder komt uit Silesië, Duitsland, en heeft een Servische vader. Als de grootouders in Oegstgeest komen wonen, wordt hij assistent arts bij het Rhijngeest Psychiatrisch Sanatorium. Na zijn ontslag is prof. Josephus Jitta bij hen ondergedoken. René en Patrick hebben het gymnasium doorlopen, René studeert daarna rechten en Patrick medicijnen aan de Universiteit van Leiden. Bij de Duitse inval in Nederland hebben ze hun studie nog niet afgerond. In november 1940, ontsnapt hij met Ab Roessingh vanuit Delfzijl, René als dekknecht, Ab als lichtmatroos/koksmaat, bestemming onbekend. René en Ab hopen dat ze naar Finland gaan, met het doel daar hun schip te verlaten en via de ijsvrije haven Petsamo naar Engeland te gaan maar het schip gaat naar Zweden. De bemanning mag aan wal, maar René moet aan boord blijven om op het schip te passen. De volgende dag mag hij aan wal om winterkleren te kopen. Met Ab gaat hij naar de Nederlandse ambassade om asiel aan te vragen en zich aan te melden als oorlogsvrijwilliger. Hugo Pos is met een ander schip ontsnapt en in Finland aangekomen. Hij krijgt al snel een visum voor Rusland en viert oudejaarsavond in Hotel Metropol in Moskou. René en Ab worden ondergebracht in het Carlton Hotel in Stockholm. Het duurt enkele maanden voordat ze een Russisch visum krijgen. Na een 'skivakantie' van enkele maanden kunnen ze naar Moskou afreizen, maar het visum voor Japan is geweigerd, want Japan heeft inmiddels de kant van Duitsland gekozen. René en Ab steken de Baltische/Oostzee Zee over en komen op 12 april 1941 in Leningrad aan. Daarna reizen ze via Moskou en Odessa op 20 april naar Istanboel. In Ankara wordt Ab met een acute nicotine vergiftiging opgenomen. Samen besluiten ze dat René zijn reis moet vervolgen. Via Basra gaat hij naar Bombay. Nadat Ab na 3 weken ontslagen wordt, gaat hij via Syrië en Palestina naar Cairo, dan via de Rode zee naar Yemen en uiteindelijk naar Kaapstad. René is in Bombay aan boord gegaan van de Blommersdijk van de Holland Amerika Lijn, samen met onder meer Cornelis Reytenbach en Hendrik Smit, en komt ook in Kaapstad terecht. Daar komen Ab en René elkaar weer tegen, en samen reizen ze met de Blommerdijk via Trinidad naar Halifax, Canada. In de zomer van 1941 komen ze daar aan. Ze horen dat Hugo Pos in Stratford is en nemen contact op. Dan gaan ze met de Blommerdijk weer de oceaan over, nu naar Glasgow, waar ze op 20 oktober aankomen. Ze worden door Oreste Pinto op de Patriotic School verhoord. Drie dagen later worden ze vrij gelaten. In november 1941 treedt René in dienst van de Marine Luchtvaart Dienst. Een aanbod van een Nederlandse minister om zijn secretaris te worden, wijst hij resoluut af; daarvoor is hij niet naar Engeland gekomen. Na een militaire opleiding in Cambridge volgt een vliegopleiding op de vliegvelden van Hatfield en Cranwell. In mei 1942 ontvangt hij zijn vliegbrevet. Uiteindelijk komt hij als officier-vlieger der 2e Klasse KMR bij het Nederlandse 320 squadron van de RAF. Van 19 augustus 1943 tot mei 1945 vliegt hij 63 oorlogsmissies. Zijn eerste doelwit is de aerodrome bij Poix, maar zijn bom mist en raakt het dorp. Zijn laatste operatie voltooit hij op 23 april 1945. Op 10 mei 1945 werpt hij vanuit een B-25 Mitchell-bommenwerper een brief aan een lang wit lint uit boven zijn ouderlijk huis in Oegstgeest. Na de oorlog voltooit hij zijn rechtenstudie in Leiden en treedt vervolgens in dienst van de KLM. Hij wordt onder meer vertegenwoordiger van de nationale luchtvaartmaatschappij in Londen en Beiroet. In een later stadium is hij verbonden aan de afdeling Buitenlandse Betrekkingen van de KLM. Een van zijn grootste hobby’s is het deelnemen aan autorally’s. Hij rijdt 10 Tulpen- en Monte Carlo rally's. René Borgerhoff Mulder overlijdt op 16 oktober 1996 in Den Haag.
Beatrice Wilhelmina Marie Albertina (Trix) Terwindt geboren op 27 februari 1911 in Arnhem, overleden op 7 april 1987 in Oegstgeest
Zij is stewardess bij de KLM, waar zij op Europese vluchten werkt en in Amsterdam woont. Na de overgave van het Nederlandse leger in mei 1940 voert de KLM geen vluchten meer vanuit Nederland. Trix krijgt wachtgeld en werkt vanaf de zomer van 1941 voor het verzet. Als ze opdracht krijgt een jonge cadet naar Zwitserland te brengen, besluit ze op 20 maart 1942 naar Engeland te gaan en verlaat ze Nederland via Tilburg, Goirle en Poppel. Als ongewenste vreemdeling wordt ze in Zwitserland enkele weken vastgehouden, maar daarna vervolgt ze haar reis via Spanje en Portugal en op 25 augustus 1942 komt ze per KLM vanuit Lissabon in Bristol in Engeland aan. Ze krijgt een opleiding bij Special Operations Executive (SOE) en wordt op 13 februari 1943 bij Kallenkote geparachuteerd. Haar opdracht is een ontsnappingsroute voor Britse piloten op te zetten, maar ze wordt opgewacht door de Sicherheitsdienst en in een afgelegen huis 80 uren ondervraagd. Ze laat niets los en wordt naar Kamp Haaren gebracht. In mei 1944 wordt ze overgeplaatst naar de gevangenis van Scheveningen (het 'Oranjehotel'). Dan volgt transport naar Ravensbrück en tot slot in januari 1945 naar Mauthausen. Het kamp wordt door het derde Amerikaanse leger bevrijd. Zij brengen haar naar Sankt-Gallen om te herstellen. Trix is een van de 59 slachtoffers van het Englandspiel en een van vijf die de oorlog overleven. Na de oorlog werkt ze nog een paar jaar voor de KLM, maar wegens haar slechte gezondheid moet ze stoppen met werken. In 1951 schrijft ze een boek over haar leven als stewardess: 'Een vrouw vloog mee'. Ook wil ze naar Canada emigreren om daar een boerenbedrijf op te zetten. Ze bedenkt zich echter. Ze ontmoet John Scholte, met wie ze een relatie krijgt en op Mallorca gaat wonen. Haar gezondheid verslechtert verder en in 1963 komt ze naar Nederland. John overlijdt in 1968. Haar tweede partner is Kees Bal; hij overlijdt in 1979. De laatste jaren zet Trix zich in voor betere opvang en zorg voor mensen met een concentratiekampsyndroom. In Middelburg is er een straat naar haar vernoemd.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders, Oorlogsbronnen en Engelandvaarders-erelijst





